At Home in Europe

Archives for Europese Commissie

Het Vlaamstalige dagblad De Morgen uit Brussel meldt het vandaag op de voorpagina:(Ex-politiecommissaris Bart Debie, nu Vlaams-Belang topman, veroordeeld wegens, onder meer, “aanzetten tot racisme”)

Eén jaar effectief voor ex-commissaris Debie (VB)
Het hof van beroep in Antwerpen heeft gewezen Antwerps politiecommissaris en huidig Vlaams Belang-gemeenteraadslid Bart Debie (33) donderdag veroordeeld tot vier jaar cel, waarvan een jaar effectief, en een boete van 1.250 euro. De man werd ook voor vijf jaar uit de rechten ontzet.
Dat betekent dat Debie, ‘veiligheidsexpert’ bij het Vlaams Belang, tevens VB-fractiesecretaris in het Vlaams Parlement, geen openbaar ambt mag bekleden en dat hij ook niet verkozen kan worden, wat zijn politieke carrière in het gedrang brengt. Debie kondigde meteen aan dat hij naar Cassatie stapt.

Een zwarte dag voor alle buitenlandse “vrienden” die Bart Debie in zijn functie van internationaal makelaar voor het Vlaams Belang in het afgelopen jaar heeft gemaakt. We denken daarbij aan het gezelschap vooraanstaande anti-Islam agitatoren uit de hele wereld, dat hij eind october 2007 in de Brusselse ruimten van het Vlaams Belang in het Europese- en het Vlaamse Parlement bijeen wist te brengen. Naast de uitvindster van de term “Eurabia”, Mevrouw Bat Yeor (Groot-Brittannië) en haar echtgenoot die bij de VN in Genève werkt, ontwaarden we daar ook de van de Nederlandse TV overbekende Islamdeskundige, de arabist Hans Jansen (universiteit van Utrecht).

Op deze oude vriend van ons komen we nog terug. Hij was niet zo voorzichtig geweest als sommige andere deelnemers, die bedongen, dat hun identiteit niet bekend werd gemaakt. Het vele (naar verluidt: Amerikaanse) geld dat het bonte gezelschap naar Brussel lokte, deed de meeste deelnemers de ogen sluiten voor het feit, dat de gastheer een wegens racisme veroordeelde partij was. Deze laatste, op haar beurt, aarzelde niet om het gebeuren uit te buiten als een soort internationale erkenning voor haar organisatie, die sinds lang door alle overige Belgische partijen achter een “cordon sanitaire” wordt gehouden.

Ulfkotte

De Duitser Udo Ulfkotte kwam, hoewel naar eigen zeggen uitgenodigd, helemaal niet naar Brussel in oktober. In zijn “Akte-Islam” Blog foeterde hij tegen het rechtsextreme karakter van het Vlaams Belang en de invloed van de C.I.A. op de bijeenkomst.

Enkele weken eerder was dat wel anders geweest. Hoewel hij als collega-“veiligheidsexpert” uiteraard op de hoogte moet zijn geweest van de ideologie van het Vlaams Belang en de racistische achtergronden ervan, liet hij zich in de watten leggen door de toen reeds in eerste instantie veroordeelde Bart Debie bij zijn vergeefse beroep bij de Belgische Raad van State tegen het verbod op de voorgenomen 11-september manifestatie van SIOE/Pax Europa in Brussel.

Dr. Udo Ulfkotte uit Duitsland, zoals afgebeeld op de blog van Bart Debie (kruis toegevoegd door Debie), nadat Ulfkotte de 11-september manifestatie in Brussel had afgeblazen, wegens het “rechtextremisme” van het Vlaams Belang, doch niet wegens diens racisme…

Ulfkotte gaf in eerste instantie hoog op van zijn advocaat Hugo Coveliers, daarbij vergetend te vermelden, dat deze sinds 10 juni 2007 ook senator voor het Vlaams Belang is.

De Vlaamse TV vertoonde een vermakelijke reportage (“Ulfkotte loopt een blauwtje bij de Belgische Raad van State” in deze blog. Zie ook Youtube hierboven) over de vergeefse actie van Debie, Ulfkotte en Coveliers. De heren stappen welgemoed en eensgezind naar het Raadsgebouw en komen er even later beteuterd weer uit. Want Coveliers kreeg bij de Raad van State geen voet aan de grond.Het Vlaams Belang speelt met Udo’s voeten
Wij vermoedden toen al, dat hier van opzet sprake was. Het VB had geen belang bij een tocht door Belgische federale instituties, integendeel. Zoiets is strijdig met alles wat het VB beoogt. Het kan immers niet, dat Vlaams sepratisme haar toevlucht zoeken moet bij de belgische federale staat! Hoe kun je zo een paradox aan de (slinkende) achterban uitleggen?

Met opzet werd dus een taalconflict geprovoceerd. Het beroep tegen het Brusselse verbod werd bij de Nederlandstalige Kamer ingediend, hoewel Coveliers heel goed weet, dat die zich terzake onbevoegd zou moeten verklaren. Wat ook gebeurde. Zodoende was het Europese anti-Eurabia-initiatief handig omgebouwd tot een taalconflict met het VB in de slachtofferrol. En, dat was meteen een excuus, om parallel aan de SIOE-demonstratie, waarin de vlaggen en leuzen van het VB niet welkom waren, een eigen Vlaamse actie op het Schumann-plein, 300 meter verwijderd van de Europese manifestatie, te organiseren. (Zie de Ulfkotte-posten in mijn blogs).

Ulfkotte ontdekt opeens, dat het VB “rechtsextreem” is, maar zwijgt over diens racisme

Pas toen Ulfkotte, enkele dagen voor 11 september, ontdekte, hoezeer hij door de sluwe Dewinter en diens hulpje Debie bij de neus was genomen, verklaarde hij haastig, van de Brusselse 11-september-manifestatie af te zien. Argument: Het VB was te “rechts-extreem” (dus niet “te racistisch”, HR). De internationale veiligheidsexpert, zelfverklaarde vriend en toeverlaat van zowat elke geheime dienst, erkende “zich te hebben vergist”. Hij was immers maar een naieve wetenschapper, leraar veiligheidsbeleid aan een Lüneburger Academie. En ook, naar bleek, hadden zijn ouders zich voor 1945 wel eens “vergist”. Reden, waarom men blijkbaar ook aan Udo Ulfkotte stante pede diens “vergissing” ten aanzien van het VB (en Debie) maar moest vergeven. (De ratio daarachter ontgaat me: Ik zou eerder denken, dat een gewaarschuwd mens voor twee geldt…)

Het Debie-vonnis: “Aanzetten tot” racisme is ook racisme

In verband met Udo Ulfkotte is vooral van belang, dat het Hof van Beroep Debie ook veroordeeld heeft wegens “aanzetten tot racisme”. Daarom viel het vonnis van het Hof dan ook aanmerkelijk zwaarder uit dan dat van de Rechtbank, waartegen Debie samen met zijn advocaat Coveliers (ja, dezelfde!) in beroep was gegaan. De rechtbank had dit feit niet beschouwd als bewezen verklaard.Aanzetten tot racisme: Bewerkte foto uit Ulfkotte’s blog Akte Islam (November 2007), die moet aangeven dat Turken onverbeterlijke sadisten zijn die ruzies beslechten met kettingzagen…...en het origineel van dezelfde foto, ontleend aan een website die Halloween-parafernalia verkoopt.

Stiekeme rassenstokers worden ook strafbaar
Er is een evolutie gaande in de Europese rechtspraktijk, waarbij ook het “aanzetten tot” racisme, zelfs als dat gebeurt onder ontkenning dat men “racist” is, toch ook als racisme beschouwd en dientengevolge bestraffenswaardig wordt. Dat is eigenlijk niet meer dan logisch en geheel in overeenstemming met datgene wat de respectieve wetgevers bedoeld hebben met wetgeving ten aanzien van discriminatie en haatzaaien. Ulfkotte en consorten ontkennen dat ze “racist” zijn. Ze strijden “slechts” met alle geweld tegen een “cultuur”. Ulfkotte gaat zelfs zo ver (in tegenstelling tot b.v. Hirsi Ali en Mark Steyn), te verklaren, dat hij niet de Islam als godsdienst discrimineert, maar uitsluitend bezorgd zou zijn over de “demografie”: Er komen te veel mensen “met een islamitische cultuur” in Europa. – Alsof het halal slachten bij Moslims moet worden bestreden, maar bij Joden niet, omdat er maar zo weinig van over zijn… (Ulfkotte heeft dat werkelijk gezegd – zie mijn post [EN] in A Legal Alien in New York).

Het Antwerpse Hof heeft nu geoordeeld, dat de combinatie van discriminatie, schriftvervalsing en de hoeveelheid discriminerende uitlatingen van Debie, het feit oplevert van het aanzetten tot racisme bij (politie-)collega’s en, gezien de functie van de man als politiecommissaris, ook naar het publiek toe.

Gevolgen voor Ulfkotte’s schadevergoedingseis tegen Duitse bloggers die hem van “racisme” betichtten
Dit levert een belangrijk feit op voor de Duitse bloggers die Ulfkotte een “racist” hebben genoemd. Immers, als zij straks (in februari) voor het Frankfurter Gerechtshof moeten verschijnen om zich te verweren tegen de krankzinnig hoge “schadevergoedingen” die Ulfkotte en “Pax Europa” van hen eisen, kunnen zij aantonen, dat Ulfkotte, net als zijn toenmalige kompaan Debie uit Antwerpen, systematisch objectief aanzet tot racisme. Iets wat, gezien Ulfkotte’s positie als publieke persoon, auteur, “expert” en journalist hem zwaarder aangerekend dient te worden, dan aan een willekeurige commentator op een blogpost of op een krantenartikel. Het is dus niet onjuist, integendeel, geheel conform de plicht van burgers om wetsovertreding te melden, Ulfkotte’s handelen als objectief racistisch te kenmerken, aangezien hij (“klammheimlich”, weliswaar) systematisch al dan niet op feiten gestoeld, materiaal aandraagt dat tot racisme en discriminatie van moslim-medeburgers aanzet.

Debie en Ulfkotte zijn geen vrienden meer. Maar het aanzetten tot racisme, waarvoor Debie nu (ook) is veroordeeld, hebben ze gemeen. Ulfkotte heeft zich immers alleen van het “rechts-extreme” van Debie gedistantieerd, niet van diens opvattingen over Moslims.

Kortom: Debie’s veroordeling is niet alleen een verdiende slag voor het Vlaams Belang (en Hugo Coveliers), maar ook voor het internationale gezelschap klammheimliche haat-stokers dat zich op enig moment aangetrokken voelde tot de vleespotten van de parlementaire instanties van het VB en tot de Amerikaanse subsidies die Debie wist te verzamelen.

Posted by Huib Riethof

Een schijnbaar lokaal probleem (België, Brussel), neemt Europese dimensies aan. Daarom (her)publikatie hier van mijn “manifest” aan mede-Brusselaars, ook gepubliceerd in De Lage landen, HUIBSLOG en bij Medium4you. Franse versie bij Toto Le Psycho, L’Europe Chez Soi en HUIBSLOG (13.1.08).

Elk nadeel heb z’n voordeel“: Nadeel van de Brusselse tweetaligheid is, dat je, als niemand anders dat voor je doet, zelf je stukken moet vertalen. Dat doe ik dus nu.

Het moet. Want ik doe niet mee aan het pasklaar maken van opinies, al naar gelang die in het Frans of in het Nederlands verschijnen. Ik geloof vast, dat mijn bescheiden opinie zowel franstaligen als nederlandstaligen kan aanspreken. Dit is de proef op de som. Er zijn twee dagen voorbijgegaan sinds ik m’n franstalige noodkreet, die hier wordt vertaald, openbaar maakte. Er zijn reacties, ook via medium4you, en er zijn nieuwe Nederlandstalige aanknopingspunten, die ik in dit stuk zal verwerken. Dat is een voordeel. Een voordeel van het nadeel, dat je minstens twee keer spreken moet, zou je kunnen zeggen.

Het begon allemaal op een Brusselse dag, een dag als elke andere. Een schijnregering gevormd, iedereen gerustgesteld, maar mijn stad nog verder gemarginaliseerd. In october nog, had ik m’n franstalige lezers opgeroepen, om niet bang te zijn: De Belgen redden zich wel zelf, op onnavolgbaar surrealistische wijze. Maar ik begon te twijfelen aan mijn eigen geruststellende woorden. De twee grote gewesten/taalgemeenschappen komen er misschien wel samen, over onze hoofden heen, uit, dat is waar. Maar België is meer, veel meer, dan Namen en het Martelaarsplein.

Daar is met name het fenomeen Brussel: Internationale stad, economie geglobaliseerd, levend bij practische tolerantie van anderstaligheid, van de ontmoeting van culturen, terend op het cosmopolitisme van haar grote bourgeoisie, die unieke stad, die al lang het onbetwiste economische, sociale en culturele keurmerk is van België, ja, ook meer en meer van de Europese Unie – wat moet er van haar worden, als provinciale politici over haar hoofd heen surrealistische compromissen gaan sluiten?

Neem me niet kwalijk, gulle Belgische gastheren en -vrouwen, dat ik het woord neem. Ik denk echt niet dat u er zelf niet uit kan komen. In 2008 zal uw nieuwste surrealistische oplossing van de communautaire vraagstukken, vriend en vijand verbazen, daar ben ik zeker van.
Ik deel evenwel met mijn Brusselse stadgenoten, die me het gemeentelijk stemrecht hebben toegekend in mijn kwaliteit van EU-burger, een groeiende ongerustheid over wat er van Brussel moet worden, nu er onder de onderhandelaars over de nieuwste staatshervorming, niemand is, die echt voor Brussel gaat, en dan hebben we het over 20% van het nationaal product. Zonder Brussel is België nergens, en dat geldt voor beide grote gemeenschappen, in Noord en in Zuid nog meer.

Brussel is niet vertegenwoordigd aan de onderhandelingstafels die over haar lot beschikken
De twee grote gewesten en gemeenschappen, die respectievelijk territoria en taalgemeenschappen bestrijken, gedragen zich, via degenen die zich als hun federale politieke vertegenwoordigers beschouwen, als twee gehuwden die in scheiding liggen, maar trachten een “leef-arrangement” te arrangeren. Daarbij wordt in de hitte van de discussie voorbijgezien aan de kinderen, de huisdieren, de opinie van de buren en de diverse huishoudboekjes. De stad Brussel, die van beide ouders wellicht het beste uit hun chromosomen verenigt, is een mondig kind. Als het echtscheidingsrecht toepasbaar zou zijn, dan zou ze al lang haar eigen plek hebben aan de onderhandelingstafel.

Maar Brussel is er niet echt bij. En wat misschien nog wel erger is: Als ze erbij was, wat zou ze naar voren brengen? Want Brussel heeft geen project. De Brusselaars zijn op geen enkele manier gemobiliseerd. – Nee, ik vergis me: Er is een indrukwekkend protest geweest, maandenlang, van Brusselaars die de nationale driekleur (zwart-geel-rood) over ramen en balkons hebben gehangen. Een echt, indrukwekkend en beschaafd Belgisch protest. Zoals mijn nieuwe landgenoten, die van Zuid en die van Noord, die weten op te zetten, bouwend op een historie van vreemde overheersing en ervaring met zelfredzaamheid. Edoch, het vlaggenprotest heeft één groot nadeel: ‘t Verwijst naar een historisch België, een harmonisch België dat nooit bestaan heeft. Je zou het opnieuw kunnen bedenken, maar niet meer kunnen maken. Mooi als symbool, maar geen enthousiasmerend project. En er is nood aan een project, hoe bescheiden ook, voor een land en een stad in het raamwerk van het Eureopa van de 21ste eeuw, niet dat van de negentiende of de twintigste…

Wat er op het spel staat en wat er kan worden uitgespeeld
‘t Gaat om een stedelijke agglomeratie van 1,2 miljoen inwoners (op de Belgische 10 miljoen), die, zoals gezegd, 20% van het nationale product voortbrengt, internationaal beschouwd wordt als de (toekomstige) hoofdstad van Europa en die nu al “hoofdstad” is van vrijwel alles en niets: de NATO, Vlaanderen, de EU… De economische uitstraling van Brussel domineert zeker in een perimeter van 100 kms, zowel in Noord als in Zuid. maar de invloed van de nieuwe rol van Brussel gaat verder: tot in Luik, Aken, Maastricht, Eindhoven, Luxemburg, Valenciennes, Rijsel, Oostende doet ze zich gevoelen. Daar zou je voorzichtig mee moeten zijn. Misschien een beetje meer luisteren naar de inwoners van de agglomeratie en naar al degenen die er direct (als pendelaars – 360.000!) of indirect (dienstverlening) van afhankelijk zijn?

‘t Moge zonder veel betoog duidelijk zijn, dat noch de Waalse- noch de Vlaamse regio ooit exclusief eigenaar van Brussel kunnen worden. Ze zijn het nu, een beetje te veel, “gezamenlijk”. Een eventuele echte scheiding zal zich dus voltrekken zonder Brussel als hoofdprijs. De gevolgen daarvan worden noch door Wallonië, noch door Vlaanderen, ooit berekend. Maar vraag eens aan echtelieden die in scheiding liggen, om rationeel te zijn?

Rudy Aernoudt
is de bekende tweetalige en hyperactieve filosoof, communicatiedeskundige en econoom, die laatstelijk (in het Frans, komt er een Nederlandse uitgave?) een boek uitgaf met als titel: “Bruxelles, l’enfant mal-aimé de la Belgique” (Brussel, het onbeminde kind van België). Slachtoffer van Leterme’s geborneerdheid en weggezonden als hoge Vlaamse ambtenaar en op dit moment ambteloos burger, lanceert de man uitdagingen die me best bevallen. Maar het zijn niet de mijne, noodzakelijkerwijs. Aernoudt gelooft in vrije marktwerking, ook, en dat vind ik discutabel, als het gaat om concurrentie tussen overheden op een kunstmatige markt. Zijn voorstellen voor oplossingen projecteren rationeel-kiezende eenheden, die opereren vanuit winstmaximalisatie binnen een gegeven kader. Zij zouden moeten denken als “klanten”, niet als gekozen vertegenwoordigers en beschermers van de belangen van hun kiezers. Dat is fout. En de werkelijkheid van “Intercommunales” bewijst dat.

Maar dat neemt niet weg, dat Aernoudt’s boek aan de Belgen waarheden voorhoudt, die ze eigenlijk niet willen horen. Op basis van cijfers en statistieken, toont Aernoudt aan, dat de “overdrachten” van Vlaanderen naar Wallonië binnen de huidige federale staat, waar iedereen zich zo over opwindt, niets voorstellen. 3% van het PIBR (het regionale jaarlijkse regionale product per persoon) gaat op de een of andere manier naar de federale regering of naar Brussel en Wallonië! “Et Alors?”, zou je kunnen zeggen. Een hypothetisch onafhankelijk Vlaanderen zou ongeveer hetzelfde extra moeten bijdragen aan de vereveningsfondsen van de Europese Unie ten behoeve van landstreken als Wallonië die zich moeten herstellen van de technologische ommezwaai van de 21ste eeuw…

Tel uit, je winst…

En wat zou dit allemaal betekenen voor Brussel? De personele belastingen in Brussel-19 brengen weinig op, want er zijn veel uitkeringstrekkenden en grote gezinnen. Maar de heffingen op consumptie (BTW) en op ondernemingen, des te meer. Als ooit al die zaken zouden worden geregionaliseerd naar de drie gewesten, dus ook naar Brussel, dan zouden Wallonië en Vlaanderen er bekaaid afkomen. Als we dan ook nog meerekenen, dat de 360.000 pendelaars die dagelijks Brussel binnenstromen om hun salaris te verdienen, niet in hun woonplaatsen, maar in de regio Brussel belast zouden worden, blijft er helemaal niets anders dan armoede over voor de Belgische Gewesten.

Daarom is het naar mijn mening helemaal niet nodig om bescheiden te blijven als Brusselaars. We hoeven echt niet mee te gaan met de oplossingen die Aernoudt, en ook Verhofstadt, voorstellen. Die oplossingen komen erop neer, dat een federale staat gunstige voorwaarden schept voor prestatiecontracten en andere ondoorzichtige dingen tussen gewesten, gemeenschappen en andere prachtige nieuwe configuraties, zoals stedenbanden (stadsgemeenschappen – communautés urbaines).

Ende gij geleuft dat?”
Dat komt neer op een zandbak-kapitalisme, zoals ik dat maar al te goed ken vanuit mijn praktijk als (her)ontwikkelaar van stedelijke probleemgebieden. Ondoorzichtig, en daarmee ondemocratisch. Vreselijk vatbaar voor regionalisme en erger: combines en zelfs corruptie (denk aan Charleroi!). Een federale autoriteit die dat alles zou moeten reguleren, is afhankelijk van plaatselijk en regionaal gekozenen. De laatsten, zelfs als ze van goeden wille zijn, kunnen zich niet onttrekken aan regionale belangen en die van hun herverkiezing. Dat werkt van geen levensdagen. Het zou een ideaal speelveld worden voor de Van Cau’s.

Wil je verkozenen laten handelen als ondernemers? – Onmogelijk en gevaarlijk!
Ik begrijp de mensen die in de ondoorzichtige Belgische chaos, geen andere uitweg zien dan “marktwerking”. Aernoudt, die van de Chicago-school is, bejubelt in zijn boek te pas en te onpas die belegen manier van evocatie van de “invisible hand”, die voor ons alles gladstrijken zal. Als het om overheden van verschillende niveaus gaat, geloof ik daar voor geen meter in. Als ambtelijk verantwoordelijke voor het Nederlandse wijkontwikkelingsbeleid van grote steden in de tachtiger jaren, heb ik meegemaakt, wat “contracten” tussen overheden (en het bedrijfsleven, zoals ook Aernoudt zich voorstelt) werkelijk betekenen. Gemeenschappelijke objectieven zijn snel vergeten en niet of nauwelijks afdwingbaar, honderden miljoenen verdwijnen in ongetwijfeld nuttige zaken, maart blijven onnaspeurbaar en on-evalueerbaar. Voor dergelijke projecten heb je een sterke staat nodig, zoals in Frankrijk of in Engeland. De Belgische federale staat, zoals die nu is, zal geen enkele controle hebben.

Solidariteit ondergeschikt maken aan gewestelijke hobbies?
Dit alles speelt zich af binnen het kader van een ideologie, die de solidariteit trussen personen op zijn kop zet. De Christendemocratie (niet alleen in België), heeft zich bekeerd tot de idee, dat de “profiteurs van de sociale voorzieningen” de solidariteit ondermijnen. De èchte solidairen zouden diegenen zijn, die weigeren om ongehuwde moeders, drugsverslaafden en veronderstelde werkonwilligen verder te subsidieren. Ze beschermen de welvaart tegen profiteurs. De laatsten moeten zich maar tot het Leger des Heils wenden. De onderstandsbehoeftigen zijn de ondermijners van de solidariteit. Waarom? Juist, omdat ze onderstandsbehoeftig zijn…

Aernoudt positioneert zich duidelijk aan de kant van die verontwaardigde burger. Zijn boek staat vol van excursen daarover. Ik vind, dat het gaat over een vergelijking van appelen en peren: Natuurlijk is het nodig, om misbruik van sociale voorzieningen à la Dutroux te bestrijden. Geen twijfel daarover. Maar sociale voorzieningen, interpersonele solidariteit, zijn nu juist wel datgene wat het Europese project onderscheidt van het Amerikaanse. organisatie van de solidariteit is een uitdaging, maar het is geen onmogelijke. We zijn rijk genoeg, oml iedereen een bestaansminimum te garanderen. Je moet het alleen wel willen.

Een “vermarkting” van de verhoudingen tussen lokale entiteiten lost niets op
Aernoudt citeert met welgevallen Thomas Friedman, een journalist van The New York Times die een boek schreef, getiteld: De Wereld is Plat. Platter analyse van de huidige wereldproblemen is zelden opgeschreven. Alles komt goed, als je de economie maar haar gang laat gaan. Delocalisering, bij voorbeeld van de spraaktechnologie (Lernout & Hauspie), naar India zou goed zijn, zolang het Westen maar de leiding houdt. Het Westen? De CIA, zal je bedoelen! Bij het huidige proces in Gent blijkt, dat L&H door Duitse en Amerikaanse geheime diensten werd ondermijnd. De globale markt is geen voetbalveld, waar een onbevooroordeeld scheidsrechter beslist. ‘t Is hard knokken, om jezelf te handhaven. Brussel speelt mee in de top liga van de wereld. Gaan provinciale en geborneerde politici als Leterme en [MR] nu de ruimte voor Brussel bepalen? De grootmachten zullen lachend hun dank betuigen voor dat cadeau.

Waarop we niet hoeven te wachten…
De ideale oplossing voor de huidige Belgische problemen zou ongetwijfeld bestaan uit een soort “reinventing government”: de schepping van een regering die ook echt werkt, naar beneden, voor de burger, naar boven, naar het Europese vlak en horizontaal, met de landsdelen. Ik denk niet, dat zoiets voor morgen is. Misschien, dat het Europese niveau daaraan iets zou kunnen bijdragen. Ondertekening eisen van het minderheden-verdrag, dat België weigert te ondertekenen vanwege B-H-V. Interveniëren in het schandaal van de niet-benoemde burgemeesters in de Vlaamse Brusselse Rand. Maar het heeft geen zin om te wachten op een positieve interventie vanuit Europa. Naar mijn mening, moeten de Brusselaars beginnen, om het zelf te doen.

Brussel uitbreiden…
In de eerste plaats, zal het daarbij gaan, om de mensen die in de internationale Brusselse gemeenschap leven, te verenigen. Dat zijn niet alleen de inwoners van het huidige Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (de 19 gemeenten), maar ook de inwoners van een hele rij gemeenten daaromheen. Het gaat om mensen, die zich sedert eeuwen NIET definieren vanuit de taal die ze thuis spreken, maar die zich deel voelen van een gemeenschap, die grootstedelijk is, los van taal en grond. In de afgelopen jaren is die gemeenschap versterkt (ja, versterkt, niet verzwakt!) door de instroom van tienduizenden anderstalige Europeanen. Het geldt, die te integreren, hen zich in Brussel thuis te laten voelen. Noch Vlaanderen, noch Wallonië, hebben zich ooit op geloofwaardige wijze opgeworpen om die operatie te laten slagen. We moeten dat zelf doen.

Houden we het dus bij Brussel zelf en laten we de gewesten/gemeenschappen van de provincies hun eigen ding doen. Niemand zal bestrijden, dat grote delen van Vlaams- en Waals-Brabant niets anders zijn dan Brusselse voorsteden. Daar wonen mensen die werken in Brussel en hun verdiensten meenemen naar de gemeente waar zij wonen. Maar vanwege het Belgisch-historische compromis, kunnen ze hun burgerrechten maar beperkt uitoefenen. Ze behoren te worden opgenomen in een niet-taalgedefiniëerd Brussels arrangement. De urbanistische en financiële problemen die de opsluiting van Brussel binnen de grenzen van de 19 gemeenten met zich meebrengen, rechtvaardigen een overeenkomst, waarbij degenen die objectief tot Brussel behoren, dat ook werkelijk kunnen zijn. Uitbreiding van het Brusselse Gewest dus, zo niet territoriaal, dan toch via een Gemeenschap, waarover we hieronder te spreken komen.

...door een eigen niet-linguistische Gemeenschap te vormen
De Belgische staatsordening kent Gewesten voor “niet-personnabele” aangelegenheden, zoals ruimtelijke ordening, etc., en Gemeenschappen, gedefinieerd naar taal, voor “personnabele” zaken, zoals uitkeringen en onderwijs. Brussel is een Gewest, maar geen Gemeenschap. Op zich logisch, want Brusselaars spreken niet allemaal thuis dezelfde taal. Als je de cijfers neemt, dan zijn 8.5% van de Brusselaars geheel Nederlandstalig en 36% geheel Franstalig. Geen puur franstalige meerderheid, dus. Meer dan de helft voelt zich tweetalig. Maar daar is geen Gemeenschap voor. Tweetalige partijen en taaltellingen zijn zelfs grondwettelijk verboden!

Afgezien van het feit, dat ik taalgedefiniëerde gemeenschappen onzin vind, kan ik begrijpen, dat met name de Vlaamse landstreken van België zich hebben willen ontworstelen aan de houdgreep van de franstalige bourgeoisie en adel. Voor de stad Brussel is die weg via de taal (talen) niet mogelijk. Brussel’s emancipatie verloopt via niet-linguistische lijnen. dat behoort te worden erkend.

Niet: Vragen, maar: Doen!
Moet Brussel daarom aan de Frans- en Nederlands-taligen beleefd vragen, om een eigen statuut te mogen hebben? – Ik denk van niet. Dat heeft weinig zin. Ik denk, dat de enige uitweg is, gewoon zelf een Brusselse veeltalige Gemeenschap te stichten, n’en déplaise le FDF, en die van onderop te laten werken. Weg met de COCOF, weg met de Vlaamse bevoogding via de COCON! Weg met de intergemeenschappelijke coordinatiecommissie tussen de Gemeenschappen voor Brussel, waarvan ik de naam niet kan uitspreken!

Wat is dat voor onzin, dat een muziekconcert voorbehoudenn is aan een taalgemeenschap? Waarom kan ik niet me aansluiten bij hetzelfde ziekenfonds als mijn buren? Mijn gemeenschap, dat zijn de mensen die ik tegenkom in de bistrot om de hoek, de vuilnismannen die mijn zakken komen ophalen, de puur franstalige schepen van civiele zaken, die zo gevoelig het huwelijk van mijn logée sluit. Gemeenschappen, die gaan over het gemeen, het gemeenschappelijke, en niet over wat ons zou kunnen verdelen. Wij Brusselaars hebben weinig of niets met gemeenschappen in het verre Namen of Antwerpen. We hebben wel iets met ze, we willen hen niet kwijt, nee, maar we hebben zo onze eigen manieren om de zaken te regelen. Daarom hebben we een eigen gemeenschap nodig. Met alles erop en eraan: Tweetalig onderwijs gericht op Europa, een cultureel leven dat zich ent op datzelfde Europa, eenvoudige arrangementen met de instellingen voor sociale voorzieningen, enzovoort.

Hoe?
Daarom is naar mijn voorzichtig en bescheiden inzicht, dat toch niet losstaat van m’n Amsterdamse rebelse achtergrond, de meest eenvoudige en humane oplossing deze, dat we in Brussel gewoonweg zelf een “Gemeenschap” oprichten, daarvan de ministers verkiezen en het bijbehorende geld opeisen van de federale Staat. Die gemeenschap, ik zeg het er maar even voor de duidelijkheid in deze nederlandstalige versie bij, zou meer omvatten dan de 19 gemeenten van het Brusselse territoriale gewest: Grote delen van Vlaams- en Waals-Brabant horen erbij.

Maar zo kunnen de grondwettelijk geheiligde territoriale taalgrenzen in stand blijven, doch alleen gelden voor “niet-personnabele” aangelegenheden. Iedereen die zich Europeaan, of Brusselaar voelt, daarentegen, zou moeten kunnen kiezen om te behoren to de derde, hybride “gemeenschap” van België. Dat zal pijn doen bij de verstokte francofielen en evenzeer bij de Vlamingen die via verstikking Brussel willen dwingen om voor hen te kiezen.

Ik denk dat niemand ons kan tegenhouden, als we echt, samen, willen.

Powered by ScribeFire.

Technorati Tags: , , , ,

Posted by Huib Riethof