At Home in Europe

Archives for Christendemocratie

Next Monday October 4 we will know, if a new Dutch Government composed of Conservative Liberals (VVD) and Christian Democrats (CDA), passively supported by the Islamophobe PVV contraption of Mr. Geert Wilders, will ask for confidence in the Dutch Parliament. If all turns out well for Mr. Mark Rutte, the VVD party leader and Prime… » read more

Posted by Huib Riethof

Stakers op een koopje?

(Didier Reynders en Yves Leterme: Wilde staking, of langzaamaan-aktie?)

Eén van de kernprogrammapunten van de oranjeblauwe regering, die er maar niet wou komen, was de wettelijke verplichting tot “minimale dienstverlening” die bij staking opgelegd zou moeten worden aan de stakers. Nu hebben we een programloze regering, die stiekem en stukje bij beetje dergelijke programmapunten probeert in te voeren.

Ik zou er op zich niet eens zoveel op tegen hebben, om, bij voorbeeld bij de spoorwegen, inderdaad zo een wettelijke verplichting op te leggen. De wilde staking van locomotiefbestuurders, die voor een deel de vakbondsdemonstratie in december tegen de geplande verslechteringen en de prijsverhogingen in Brussel saboteerde, is een voorbeeld van hoe nuttig iets dergelijks zou kunnen zijn.

Nieuw en ongehoord in de politieke geschiedenis: Regering staakt tegen kiezers wegens interne onenigheid!

Maar dan moet zo een verplichting wel gelden voor alle niveaus van overheidsverantwoordelijkheid. Met name voor de regering zelf, die de hoogste verantwoordelijkheid draagt. En juist daar schort het nogal aan, in het huidige federale België. Iedereen staakt daar tegenwoordig tegen iedereen. Zonder ook maar iets wat op minimale dienstverlening lijkt. Een slecht voorbeeld!

De NVA staakt tegen haar kartelgenoot CD&V, om een “vette (regionale) vis” af te dwingen bij Leterme’s gemeenschappenakkoord (als dat er komt). De meerderheidspartijen van de Vlamingen staken tegen de Franstaligen, omdat die niet zonder meer het program van de CD&V willen uitvoeren. De Franstaligen staken tegen de Vlamingen, want ze willen helemaal geen staatshervorming. De SP.a staakt tegen de hele regering, want ze is te klein geworden.

Kortom, iedereen staakt tegen iedereen. En, net als bij spoorstakingen, is het eerste slachtoffer: het publiek.

Eigenlijk staakt dus een groot deel van de politieke klasse van het land tegen de eigen kiezers. Pruilende kinderen. “Jullie hebben verkeerd gekozen!”

Het oneindige geduld der Belgen

Belgen (Vlamingen zowel als Walen, geen onderscheid) zijn ongelooflijk geduldig met hun verkozenen. Er valt nauwelijks een protest te horen. De stakende ministers hebben het goed getroffen met hun achterban!

De stakingshouding sijpelt verder naar onderen door. Het parlement wordt bevolkt door goedbetaalde afgevaardigden, die niets beters weten te doen dan klagen, dat ze er voor piet snot bij zitten. Die zou je dus kunnen beschouwen als zogenaamde werkwilligen, die van de staking profiteren, door zich onbevoegd te verklaren. Maar sinds wanneer is een parlement afhankelijk van wat de regering voorstelt? Initiatiefrecht, budgetrecht, wetgeving – het zijn allemaal bevoegdheden die het parlement zelfstandig kan uitvoeren, zonder dat de regering daartoe een voorzet geeft.

Maar, op enkele uitzonderingen na, doet niemand wat. CD&V afgevaardigde Van der Leyen (Volvo) is al opgestapt. De man kreeg niets te doen. Schaapachtig wordt geaccepteerd, dat de onderhandelingen over de staatshervorming (en de economische politiek op middellange termijn, Reynders) zelfs niet in de halve openbaarheid van de Octopus-Groep worden afgewikkeld, maar in duistere 1-2 tjes in achterkamertjes, met ik weet niet welke gemaskerde machthebbers uit politiek en bedrijfsleven.

De Crem en Michel leven zich uit

De enigen die er lol in hebben zijn de ministers De Crem (Oorlog) en Michel (Ontwikkelingssamenwerking). Alletwee nieuw, jong en ambitieus. Michel Junior buitelt enthousiast in het rond tussen Congolese dorpsbewoners. Kuifje redivivus. Pieter de Crem dacht even er tussendoor de Belgische buitenlandse politiek in atlantische zin te herzien, door 4 F16s naar het Zuiden van Afghanistan te sturen (Kandahar), maar moest gisteren in de parlementaire commissie toegeven, dat deze vliegtuigen niet de Nederlanders in Uruzgan zullen ondersteunen als die weer eens burgers bombarderen. Voor de Talibans is het dus zaak, om zich snel van hun partijkaarten te ontdoen, als de Belgische F16s eraan komen.

De ministers laten moeilijke dossiers liggen en doen waar ze zin in hebben

Leterme is langs slinkse en boosaardige wegen verantwoordelijk gemaakt voor het dossier van het vliegtuiglawaai rond Zaventem. Wat de man ook gaat voorstellen, het zal nooit aanvaardbaar zijn voor het Brusselse gewest en de Franstaligen in de gemeenten daaromheen. Oplossing van Leterme? Eén keer raden: Staken! Ik garandeer u, dat u voor 23 maart niets meer van Leterme op dit punt zult vernemen.

Triomf van het provincialisme

De provincie, het provinciale denken, heeft op alle linies gezegevierd. Steve Stevaert (de Morgen, vorige week), kon zelfs vaststellen, dat het voor “Limburgers onverdraaglijjk” aan het worden is, hoezeer de Brusselse politiek wordt gedomineerd door provincialen.

Ik ben niet zo gauw geneigd, om de Limburger te volgen in zijn kort-door-de-bocht redeneringen. Maar als ere-provinciaal Steve het vanuit zijn Euregio zo ziet, dan moet er toch wel iets van waar zijn…

Brussel

Voor de stad en het gewest Brussel is dit alles nog onverdraaglijker. Er schjnen drie “luiken” te zijn in de gemeenschapsonderhandelingen. Eén daarvan is “Brussel”. Piqué is een uurtje gehoord door het stakerskoppel Reynders-Leterme, toen bedankt en weer naar huis gestuurd. De anderhalf miljoen inwoners va groot-Brussel weten van niets. De bevoegdheden die geregionaliseerd zouden moeten worden, zijn voornamelijk persoonsgebonden-, dus gemeenschaps-bevoegdheden. Wat betekent, dat er nog meer onderdelen van het dagelijks leven van elke Brusselse inwoner geregeld zouden moeten worden in de ondoorzichtige circuits van coördinerende intergemeenschappelijke instanties (pensioenen, uitkeringen, enz.), daar immers Brussel geen eigen (meertalige) gemeenschap is.

Eigenlijk is het erger dan een klassieke staking: het is een bedrijfsbezetting!

De provincialen (Leterme met het oog op de NVA van Dewever en Reynders met het oog op het behoud van de grootste fractie in Wallonië) bezetten de regeringsposten, met uitsluitend het oog op winst (of vermijden van verlies) in hun provincies. En Verhofstadt weet niets beters te doen, dan in de wereld klanten te gaan werven voor de nog niet eens ingevoerde “notionele rente”, die van België een soort offshore-land moet gaan maken, waarbij de bevolking evenveel gaat profiteren als de burgers van Saoudi-Arabie van de olie-inkomsten. (Buitenlandse investeerders krijgen grote belastingkortingen, te betalen door de gewone Belgische belastingbetaler, HR).

Ongedisciplineerde bedrijfsbezetting

Realisme zou vereisen dat er snel nieuwe federale verliezingen komen. Het nieuwe surrealisme van de geheime Octopus-achterkamers mijdt nieuwe verkiezingen als de pest.

Belgen van Midden, Noord en Zuid: Ze spelen met uw voeten!


Technorati Tags: , ,

Powered by ScribeFire.

Posted by Huib Riethof

Toen in 1999 voor het eerst na ongeveer 100 jaar vrijwel ononderbroken regeringsdeelname, de Christelijke Volks Partij in de oppositie belandde, was de crisis en de desoriëntatie er minstens even groot als in het Nederlandse CDA, nadat in 1993 de eerste paarse regering aantrad. Traditionele invloedssferen vielen weg, onderling geruzie ontstond en partij-boegbeelden, die eerst onverwoestbaar leken, gingen stuk voor stuk voor de bijl. Bij de Noorderburen: Lubbers, Brinkman, Heerma; bij de Zuiderburen: Dehaene en een hele rits andere grootheden.

1. Hoe het Nederlandse CDA in de jaren voor 2002 corporatisme moderniseerde tot communitarisme. En vervolgens niets anders produceerde dan afbraak van de soldariteit.
Bij het CDA kwam de vernieuwing van een informeel Haags denktankje, waarvan met name een medewerker van het wetenschappelijk bureau van de partij, Balkenende, deel uitmaakte.
Het partijprogramma werd resoluut omgebogen in de richting van het neoconservatieve denken, waarbij de christelijke solidariteitsgedachte als het ware op haar kop werd gezet. Ik parafraseer:

Werklozen, ongehuwde moeders, steuntrekkende immigranten, zieken en hulpbehoevenden staan per definitie onder verdenking, dat hun toestand hun eigen schuld is. Daarom zijn ze niet soldair met de rest van de maatschappij, die voor hun het geld moet opbrengen. De soldariteitsgedachte vergt derhalve, in deze opvatting, dat er streng moet worden opgetreden en dat niet de staat voor hen kan instaan, maar dat hun “eigen kring” (de familie, de stadswijk, het dorp) verantwoordelijk is. En als het gaat om gemarginaliseerden, die geen eigen kring hebben, dan is dat laatste ook hun schuld, want ze behoorden “samen te doen”, in plaats van alleen. Er ontbreekt iets aan hun normen- en waarden-besef.

Kortom, de hulpbehoevenden bleken niet meer solidair met de niet-hulpbehoevenden. Waarom? Omdat ze hulp behoefden! – “Solidariteit is mooi, maar ze kan niet van één kant komen!”

“De hulpbehoevenden zijn onsolidair met de niet-hulpbehoevenden”
Daarom hoeven, zo luidt de redenering, de middengroepen ook niet meer via het automatisme van de door de Staat beheerde sociale voorzieningen solidair te zijn met de ontvangers daarvan. “Links” besteelt de hardwerkende mensen, om hun luiwammesende, drugsverslaafde en subsidieverslaafde clientèle te onderhouden. Zeker, we laten de echte (volgens onze morele normen) hulpbehoevenden niet verrekken, maar het verstrekken van onderstand aan deze mensen moet voortkomen uit eigen vrije wil en keuze en mag niet te lang duren. En liefst worden verbonden aan sterke stimulansen tot gehoorzaam gedrag.
Presidentskandidaat Bush noemde dat in 1999 “caring conservatism”. Dat vertaalde zich later in het inschakelen van kerken bij het geselecteerd uitdelen van staats- en collectieve verzekeringsgelden aan hulpbehoevenden. Een terugkeer naar de “steun” die colleges van rijke heren en dames tot aan het einde van de negentiende eeuw naar eigen willekeur verschaften. Liefst aan “Keesjes”, het bekende diakenhuismannetje van Nicolaas Beets, dus aan mensen die van onderdanigheid en kruiperigheid een tweede natuur hadden moeten maken.

Het zwakke punt van de geïndividualiseerde staatsondersteuning: Bureaucratie en het negeren van bestaande kleinschalige soldariteitsverbanden
Maar laten we er niet helemaal een karikatuur van maken. Al valt de traditionele familie, waaraan het Christendom graag de zorg zou teruggeven, gewoon fysiek weg, er bestaan wel degelijk kleinschalige solidaire structuren tussen buurtgenoten, tussen collega’s, tussen sportvrienden en tussen mensen die tot eenzelfde kerkgenootschap of andere filosofische overtuiging behoren.
Die worden inderdaad op grote schaal verwaarloosd bij zorgverstrekking, arbeidstoeleiding, volwassenonderwijs en het scheppen van nieuw betaald werk. De staat heeft in principe alleen te maken met de abstractie van de individuele burger. Dat draagt bij tot de isolatie en de vereenzaming, van de werkloze, de langdurig zieke of gehandicapte. En daarmee ook tot asociaal gedrag. “Bowling Alone”, is het krachtige beeld dat R.D. Putnam meegaf aan zijn fascinerende beschrijving van het ineenstorten van het Amerikaanse gemeenschapsleven in de twintigste eeuw. Veel “Social Capital” wordt zodoende ongebruikt gelaten en zelfs vernietigd.

Terug naar het Leger des Heils?
De aartsvader van de Neoconservatieven, Irving Kristol, bepleitte vanaf de zeventiger jaren een “conservatieve welvaartsstaat”, waarin politie en sociale diensten de sociale controle in bij voorbeeld achterbuurten zouden versterken door een lik-op-stuk beleid, gepaard aan “discriminatie” tussen moreel goedgekeurde hulpbehoevenden en zij die dat in hun ogen niet zijn, zoals ongehuwde moeders en niet-werkwillige drugsgebruikers. “Die moeten maar naar het Leger des Heils” (Kristol, 1993, in The Wall Street Journal).
Schrijver dezes is er uit eigen ervaring maar al te zeer van overtuigd, dat op een positieve, opbouwwerk-achtige manier engageren van de vrijwillige en onafhankelijke organisaties van het gemeenschapsleven, noodzakelijk is, om zorg- en hulpverlening niet in bureaucratie te laten verzanden. Maar dat is heel wat anders, dan vooraanstaande buurtbewoners sytematisch ombouwen tot een soort morele politie met zeggenschap over het wel en wee van hun buurtgenoten!

Communitarisme los van emancipatie en empowerment is een excuus voor sociale afbraak
Als ik Balkenende goed begrijp, gelooft hij er echt in, dat door het verpreiden van waarden en normen, het “samen-doen” in kleine gemeenschappen er vanzelf komt, en veel staatszorg overbodig maken. Maar je kan natuurlijk dat zelfbeheer niet normloos overlaten aan de
kleine gemeenschappen. Die behoren doordrongen te zijn van waarden en
normen, anders worden het kleine maffia’s (hoewel: die hebben ook
normen en waarden, zij het, dat enkele daarvan op gespannen voet staan
met, zeg, de Tien Geboden).
Idealisering van economisch, sociaal en moreel zelfbeheer in kleine gemeenschappen, die de “grote”, de “echte” politiek overlaten aan de elite, sluit prachtig aan bij de oer-calvinistische idealen van “souvereiniteit in eigen kring”. Die gold voor de “kleine luyden” (Abraham Kuyper), die hun plaats moesten weten ten overstaan van de “grote luyden”, die aan de top over hun hoofden heen de èchte politiek bedisselden, dus onder anderen, wat onder waarden en normen moest worden verstaan.

Tussen de grote en de kleine luiden stond en staat het “maatschappelijk middenveld”: de toppen van corporatieve organisaties die bemiddelen tussen “groot” en “klein”.

Corporatistische wortels
Na een korte opbloei in de vijftiger- en het begin van de zestiger jaren in Nederland (de Publiekrechtelijke Bedrijfs Organisatie, oftewel PBO), werd er van deze in wezen corporatistische gedachtengang weinig meer vernomen, al bleven her en der dergelijke structuren bestaan, en worden nu “netwerken” genoemd. Hoe ze ook heten, ze hebben met elkaar gemeen, dat ze ondoorzichtig, hierarchisch en immobiel zijn. In feite gaat het om toegang tot-, uitwisseling van- en controle over: Macht en Geld.

In de VS bestaat een “communitaristische” beweging, die wat betreft haar sociale conservatisme (de omkering van de solidariteitsgedachte) gelijkloopt met het neoconservatisme. Sommige varianten daarvan combineren dit met antiglobalistische- en antikapitalistische gedachtengangen, terwijl andere communitaristen op economisch gebied een ultra-, ja zelfs anarcho-, kapitalisme voorstaan.
De jonge CDA-Turken rond Balkenende opteerden voor een gematigd, maar strikt marktconform, denken. Wat goed uitkwam, want dat maakte hen een uitgelezen partner voor de liberalen van de VVD.

Waarden-en-Normen
De Amerikaanse goeroe van het “Communitarianism“, Amitai Etzioni, werd door Balkenende tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap zelfs als keynote-speaker naar Den Haag gehaald, om de verzamelde Europese staats- en regeringsleiders toe te spreken op de door hun gastheer belegde “Normen-en-Waarden” – conferentie. Terzelfdertijd evenwel, maakte de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid brandhout van het hele normen- en waarden-gebazel: De Staat dient zich alleen bezig te houden met waarden, voorzover die in de Grondwet zijn vastgelegd en in internationale verdragen. En de normen? Wel, die staan in de wet. En de wetten worden gemaakt en zo nodig aangepast door de wetgever, het verkozen parlement. Niet door het kabinet dus.

Sindsdien wordt er weinig meer vernomen van regeringsgestuurd waardenproeven bij afhankelijke burgers (waardencontrole bij rijkere burgers is nooit aan de orde), noch van pogingen tot hun “norm”alisering. Erkend moet worden, dat samen met de VVD, en in eerste instantie ook de LPF, de verschraling van de verzorgingsstaat ook heel goed zonder communitaristische rimram kon worden doorgevoerd.

In plaats van kleinschalig zelfbeheer van de solidariteit, is de Nederlandse zorg overgedragen aan grote banken en verzekeringsmaatschappijen
Zulks is het lot van de Nederlandse Christendemocratie. Ze heeft een conservatief project doorgevoerd, dat naar alle waarschijnlijkheid door de eigen achterban bepaald niet werd gewild. De zorg, bij voorbeeld, is niet omgezet in een kleinschalig netwerk van cooperatieve soldariteitsorganisaties (dat zou communitaristisch zijn geweest), maar is in handen gegeven van de grootste banken en pharmaceutische bedrijven, voor wie het grootste deel van de inkomsten wordt gegenereerd door de Belastingdienst. Nauwelijks bedrijfsrisico dus. En wegens de oligopolistische markt (regionaal verdeeld ook nog) is er van het verhoopte prijsdrukkende concurrentie-effect geen sprake. Wat wel gebeurt, is bezuinigen aan de uitgavenkant, door het strippen van ziekenhuizen, het ontslaan van (te duur) geschoold thuiszorgpersoneel en dat vervangen door ongeschoolde minimumloners uit de schoonmaakbranche. De zogenaamde (individuele) keuzevrijheid is in werkelijkheid het tegendeel daarvan, want voor een gewoon mens is vergelijking van de aangeboden contracten onbegonnen werk.

Vakorganisaties nieuw leven ingeblazen
Het enige lichtpuntje zou kunnen zijn, dat met name vakorganisaties de “vraagzijde”, de consumentenzijde dus, grotendeels hebben weten te bundelen, waardoor consumenten via hen nog enigszins een onderhandelingspositie hebben kunnen opbouwen tegenover de ondernemers. Ironisch genoeg, is dat nu juist een vorm van niet-communitarisme, want grootschalig en behept met macht op staatsniveau, die, door de Balkenendse omkering van de solidariteit, nieuw leven wordt ingeblazen.

Conservatieve invulling van programma voor kiezers verhuld door middel van “kartel” met de LPF onder Fortuyn
Een ander kenmerk van de werkwijze van het CDA onder Balkenende is bijzonder interessant voor de komende vergelijking met de Vlaamse Christendemocratie.
Dat is het zich verbinden met populistische stromingen, one-issue partijen, om de structureel tanende trouwe kiezersschare (tijdelijk) wat aan te vullen. Daarover in deel 2.

Technorati Tags: , , , , ,

Powered by ScribeFire.

Posted by Huib Riethof